Panoramio is closing. Learn how to back up your data.

Begraafplaats van de Evangelische Broedergemeente

Begraafplaats van de Evangelische Broedergemeente

Op de sobere begraafplaats van de Evangelische Broedergemeente, voor Slot Zeist, liggen gelijkvormige grafstenen in lange rijen in het gras. Elk Broederlid kreeg eenzelfde steen, met zijn of haar naam en de data van geboorte en overlijden.

In stilte

De begraafgewoonten van de hernhutters wekten achterdocht bij de Zeister bevolking. Het gerucht ging dat de leden van de Broedergemeente hun doden 's nachts in het geheim en in alle eenzaamheid zomaar ergens buiten begroeven. Dat gerucht was niet zo vreemd, aangezien de begrafenissen op hun eigen terrein om zeven uur 's avonds moesten plaatsvinden; in de wintermaanden dus in het donker. De bevolking van Zeist daarentegen begroef haar doden overdag op het kerkhof. In 1750 verschenen drie leden van de Staten van Utrecht op Slot Zeist om de geruchten te staven, maar de hernhutters overtuigden hen van de ongegrondheid ervan. Vanaf toen kregen zij toestemming om hun doden met meer eer en vertoon te begraven.

Van overal

De begraafplaats van de hernhutters ligt tussen het Zusterplein en Slot Zeist. De meeste grafstenen vermelden een zogenaamde 'dagtekst' - de tekst die de broeder of zuster begeleidde bij de dagelijkse werkzaamheden - van de geboortedag van de overledene. Wie de grafstenen leest, zal verbaasd staan van de variatie in herkomst van de overleden hernhutters. Uit bijna alle zendingsgebieden ligt hier wel een lid begraven, van Groenland tot Suriname en Afrika.

Symbolisch

De wandelpaden zijn aangelegd in de vorm van een kruis, waarlangs lindebomen staan. De lindeboom met zijn hartvormige bladen symboliseert vermoedelijk de 'Herzenreligion' - het geloof direct vanuit het hart - van de gemeente. Het grasveld van de begraafplaats verwijst naar het paradijselijke groen. Bij het begraven van overledenen is de koorindeling gevolgd. In de rij naast de ongehuwde broeders liggen de gehuwde mannen, daarnaast de weduwnaars en dan de knapen. Ook de zusterkant kent een dergelijke indeling van ongehuwd, gehuwd, weduwnaar en kind.

Eigen begraafplaats

Op de destijds nieuwe hernhuttervestiging Slot Zeist overleed in 1747 als eerste het vierjarige meisje Anna Hasselman. Haar grafsteen is dan ook de eerste in de tuin, links voor het slot naast een grote vijver. Ook de lindebomen dateren uit 1747. De gemeente Zeist had de hernhutters op dat moment nog geen officiële toestemming gegeven om een begraafplaats te openen. Daarom werden de doden door de kistdragers in stilte begraven. De hernhutters bleven in de slotzaal achter en zongen opstandingsgezangen. Dit deed de gemeenschap binnen, om niet teveel ruchtbaarheid aan de begrafenissen te geven.

Grafsteen op de begraafplaats van de Evangelische Broedergemeente.

Portret van graaf Von Zinzendorf. Koorindeling Het bezit van een eigen begraafplaats of gottesacker (godsakker) was en is voor de hernhutters essentieel. Het was een belangrijke reden voor de verhuizing van hun eerste nederzetting in IJsselstein naar Slot Zeist. De dood beschouwen de hernhutters als 'Heimgang', een weg naar het hemelse vaderland en paradijs. De inrichting van de begraafplaats is hiernaar een verwijzing. In de liturgische geschriften van oprichter Zinzendorf staat dat hernhutters hun godsakker 'ordentelijk en sierlijk, zoals de tuin van de Heer, moeten aanleggen, inrichten en beplanten'.

Bron: http://www.collectieutrecht.nl

Show more
Show less

Photo details

  • Uploaded on February 26, 2012
  • © All Rights Reserved
    by Erik van den Ham