Joy of Spring-Overcingel

Selected for Google Maps and Google Earth

Joy of Spring-Overcingel

HISTORISCHE TUIN- EN PARKAANLEG

De geschiedenis van de historische tuin- en parkaanleg van Overcingel gaat terug tot in de laatste kwart van de 18e eeuw. Waarschijnlijk liet Johannes van Lier kort na 1777-1778, toen hij het huis Overcingel liet bouwen, een tuinaanleg realiseren. Rondom en ten oosten van het hoofdgebouw kwam een rechthoekige siertuin tot stand, waarvan het verloop van de oorspronkelijke omgrenzing, met uitzondering van een strook aan de ZW-zijde, nog geheel bestaat. Enkele telgen van de rechte beukenhaag, die deze grens aan de zuidzijde markeert, dateren wellicht nog uit deze oudste fase van de geschiedenis van de parkaanleg. Aan de oostzijde van de siertuin liet Johannes van Lier in de as van het huis het nog steeds bestaande door een beukenrij omzoomd (deels 19e-eeuws, deels 20e-eeuws) 'grand canal' aanleggen, een motief, dat in Nederlandse historische tuinen en parken tegenwoordig vrij zeldzaam geworden is. Het ten zuiden van het kanaal gelegen rechthoekige perceel hakhout, dat op de plattegrond van de stad Assen door P.A.C. van Buwama Aardenburg uit 1809 staat aangegeven, bestaat nog steeds, zij het dat het assortiment (o.a. eik en beuk) van recentere datum is (19e- en 20e-eeuws) en dat het aangeduide padenverloop ontbreekt. Uit deze oudste fase van de geschiedenis van Overcingel dateren waarschijnlijk nog het tracé van de laan ten zuiden van het huis (19e-eeuwse eiken) langs de huidige boomgaard, van de laan ten noorden van het sierpark (19e-eeuwse eiken) en van het tracé van de laan langs de oostzijde van het Wilhelmina Ziekenhuis (19e-eeuwse eiken). Door hun geometrische of bijna geometrische situering ten aanzien van het huis en van het park rondom en ten oosten van het huis maken deze lanen met de aangrenzende weide- en bospercelen deel uit de van de architectuur van de historische aanleg van Overcingel. Het aan de zuidzijde van Overcingel gelegen parkbos met eik, beuk en taxus is in de 19e eeuw aangelegd; ook het rechte padenverloop, dat dit bos doorsnijdt, kwam toen tot stand. De hier en aan de oostzijde van Overcingel gelegen houtwallen dateren uit de 18e eeuw of eerder. Omstreeks 1820 liet de toenmalige eigenaar Joannes Henricus Petrus van Lier de siertuin en een strook aan de ZW-zijde hiervan in landschapsstijl opnieuw aanleggen. Op stilistische gronden kan deze kleinschalige tuin, die nog geheel bestaat, aan Lucas Pieters Roodbaard(1782-1851) worden toegeschreven. Ter plekke realiseerde hij een grillig patroon van smalle diepliggende slingerpaadjes, die bol liggende gazons in ongelijke rondingen omsluiten. Variatie in de ruimtelijke opbouw van het park en doorzichten in het agrarisch benutte deel van Overcingel bracht hij tot stand door een 'natuurlijk' aandoende accidentatie en door een welbewust gekozen schijnbaar natuurlijke aanplant van solitairen (paardekastanje, Taxodium ascendens, tulpeboom, sneeuwklokjesboom, moerascypres, eik, beuk) boomgroepen (eik en beuk ten noorden en zuiden van de oprit), solitaire heesters en heestergroepen (Taxus en rhododendrons).

Bron (lees meer): monumentenregister.cultureelerfgoed.nl

Show more
Show less
Save Cancel Want to use bold, italic, links?

Comments (5)

Erik van den Ham on March 31, 2013

Joy of Spring-Overcingel

HISTORISCHE TUIN- EN PARKAANLEG

De geschiedenis van de historische tuin- en parkaanleg van Overcingel gaat terug tot in de laatste kwart van de 18e eeuw. Waarschijnlijk liet Johannes van Lier kort na 1777-1778, toen hij het huis Overcingel liet bouwen, een tuinaanleg realiseren. Rondom en ten oosten van het hoofdgebouw kwam een rechthoekige siertuin tot stand, waarvan het verloop van de oorspronkelijke omgrenzing, met uitzondering van een strook aan de ZW-zijde, nog geheel bestaat. Enkele telgen van de rechte beukenhaag, die deze grens aan de zuidzijde markeert, dateren wellicht nog uit deze oudste fase van de geschiedenis van de parkaanleg. Aan de oostzijde van de siertuin liet Johannes van Lier in de as van het huis het nog steeds bestaande door een beukenrij omzoomd (deels 19e-eeuws, deels 20e-eeuws) 'grand canal' aanleggen, een motief, dat in Nederlandse historische tuinen en parken tegenwoordig vrij zeldzaam geworden is. Het ten zuiden van het kanaal gelegen rechthoekige perceel hakhout, dat op de plattegrond van de stad Assen door P.A.C. van Buwama Aardenburg uit 1809 staat aangegeven, bestaat nog steeds, zij het dat het assortiment (o.a. eik en beuk) van recentere datum is (19e- en 20e-eeuws) en dat het aangeduide padenverloop ontbreekt. Uit deze oudste fase van de geschiedenis van Overcingel dateren waarschijnlijk nog het tracé van de laan ten zuiden van het huis (19e-eeuwse eiken) langs de huidige boomgaard, van de laan ten noorden van het sierpark (19e-eeuwse eiken) en van het tracé van de laan langs de oostzijde van het Wilhelmina Ziekenhuis (19e-eeuwse eiken). Door hun geometrische of bijna geometrische situering ten aanzien van het huis en van het park rondom en ten oosten van het huis maken deze lanen met de aangrenzende weide- en bospercelen deel uit de van de architectuur van de historische aanleg van Overcingel. Het aan de zuidzijde van Overcingel gelegen parkbos met eik, beuk en taxus is in de 19e eeuw aangelegd; ook het rechte padenverloop, dat dit bos doorsnijdt, kwam toen tot stand. De hier en aan de oostzijde van Overcingel gelegen houtwallen dateren uit de 18e eeuw of eerder. Omstreeks 1820 liet de toenmalige eigenaar Joannes Henricus Petrus van Lier de siertuin en een strook aan de ZW-zijde hiervan in landschapsstijl opnieuw aanleggen. Op stilistische gronden kan deze kleinschalige tuin, die nog geheel bestaat, aan Lucas Pieters Roodbaard(1782-1851) worden toegeschreven. Ter plekke realiseerde hij een grillig patroon van smalle diepliggende slingerpaadjes, die bol liggende gazons in ongelijke rondingen omsluiten. Variatie in de ruimtelijke opbouw van het park en doorzichten in het agrarisch benutte deel van Overcingel bracht hij tot stand door een 'natuurlijk' aandoende accidentatie en door een welbewust gekozen schijnbaar natuurlijke aanplant van solitairen (paardekastanje, Taxodium ascendens, tulpeboom, sneeuwklokjesboom, moerascypres, eik, beuk) boomgroepen (eik en beuk ten noorden en zuiden van de oprit), solitaire heesters en heestergroepen (Taxus en rhododendrons).

Bron (lees meer): monumentenregister.cultureelerfgoed.nl

bdeh on April 1, 2013

Schitterend Erik, wat een bloemenpracht. Is deze dit jaar geschoten? MOOI! Groeten Berend

bdeh on April 1, 2013

Ah, ik zie de label 2010 staan, dus niet van dit jaar Erik. Groeten Berend

Nadia Kushnir on April 1, 2013

LIKE!

Larissa Subb on October 30, 2013

Nice! :-) Like-2!

Sign up to comment. Sign in if you already did it.

Photo details

  • Uploaded on March 31, 2013
  • © All Rights Reserved
    by Erik van den Ham

Groups