Marc Vandersmissen
Best photos All photos
510
photos
495
on Google Maps
views
Yes we Canon

Marc Vandersmissen's conversations

Het beeldje prijkt er ten minste sinds 1843 op heuphoogte tegen de pui van het stadhuis, links van de ingangspoort. Het staat bekend als ‘le singe du grand garde’, het aapje van de hoofdwachter. Waarom Mons een aapje als mascotte kreeg, valt nog moeilijk te achterhalen. Het bronskleurige beeldje is maar een centimeter of veertig hoog en bevindt zich vermoedelijk al sinds de zeventiende eeuw in of aan het stadhuis. Zijn kopje glimt als een opgeblonken koperen ketel doordat het door tienduizenden mensen is geaaid, inclusief de Keizer van Japan en de Koning van Spanje. Niet toevallig speelt het beeldje in de lokale traditie de rol van geluksbrenger. Wie het aapje streelt en een wens uitspreekt, mag hopen op geluk. Een jongedame die hengelt naar de ideale man, een pas getrouwd stel dat snel kinderen wil, in Mons volstaat tot op vandaag een aai over het bolletje van het geluksaapje om in goede hoop verder te gaan. Het aapje van Bergen heeft ook gediend als ‘point de repère’, een ijkpunt voor de landmeters in deze mijnstreek (Borinage).

Beschermd als monument bij besluit van de secretaris-generaal van 13.10.1943. Dorpskerk omgeven door zijn ovaal deels omhaagd kerkhof. Ingeplant aan de oostelijke straatzijde achter een heraangelegd pleintje met leilinden links en rechts van de kerkhoftoegang en parallel aan de kerkhofmuur. Over de vroegste geschiedenis is zeer weinig gekend. Oorspronkelijk vormden Uitbergen en Overmere één parochie met Uitbergen als moederkerk. De toewijzing aan Sint-Pieter wijst op een oude oorsprong. Het patronaat over de kerk behoorde sinds 1177 toe aan de Gentse Sint-Baafsabdij, nadien aan de bisschop van Gent. Uit een visitatieverslag van bisschop Van Eersel van 1762 blijkt dat de kerk in slechte staat was en de bisschop ging akkoord met de vernieuwing. In 1778 wijding van het nieuwe schip in Lodewijk XVI-stijl. Prentbriefkaarten van circa 1900 tonen deze kerk met toren, koor en één brede beuk van vijf traveeën voorzien van getoogde vensters en een Lodewijk XVI-portaal in de westgevel. In 1899 begon pastoor Van de Maele samen met de familie Visart de Bocarmé, kasteelheer en burgemeester van Uitbergen, te ijveren voor een grotere kerk. In 1904 werd toegestaan de te kleine beuk af te breken en door een grotere te vervangen. Verplicht behoud en restauratie van de oude kruisingstoren en het gotische koor die door de Koninklijke Commissie als monument van de derde klasse erkend werden in 1905. Plan en bestek opgemaakt door architect Julius Goethals (Aalst) in 1904. De familie Visart de Bocarmé werden erkend als weldoener; daardoor werd toegestaan een eretribune voor hen op te richten. Aanbesteding op 5 maart 1906 aan aannemer Lodewijk Pérau (Ledeberg) gevolgd door aanvang van de werken op 22 juli 2006. Voorlopige inzegening van de kerk op 10 november 1907. Vanaf 1908 plaatsing van nieuw meubilair. Opgeleverd op 02.03.1909. Herstellingswerken na oorlogsschade uitgevoerd onder leiding van architect P. Bourgeois (Gent) in 1951. Volledig herschilderd in 1971 waardoor het grootste deel van de neogotische polychromie verdween. Restauratiewerken aan het dak onder leiding van ingenieur-architect H. Van Sande in 1994 en buitenrestauratie onder leiding van architect Ph. Pauwels (Kortrijk) vanaf 2003. Huidige deels neogotische en gotische kerk met behouden vierkante Romaanse torenbasis vermoedelijk opklimmend tot de 11de-12de eeuw en een achthoekige klokkenkamer uit de 13de of begin 14de eeuw. Het koor, opgetrokken uit grote blokken Ledische kalkzandsteen dateert men 14de-15de eeuw. Neogotisch schip, transept, sacristie en berging van 1904-1908. De plattegrond ontvouwt een driebeukig schip van vier traveeën met uitspringend portaal, rechts geflankeerd door een ronde traptoren. Recht afgesloten transeptarmen van twee traveeën, koor van één travee voorafgegaan door vroegere kruising met toren op vierkante basis, en met vijfzijdige koorsluiting; recht afgesloten zijkoren van één travee. Een sacristie en de vroegere eretribune van de kasteelheren flankeren het koor. Opgetrokken uit gele baksteen (Zandvoorde) met verwerking van zandsteen voor plint, dekstenen, waterlijsten, vensteromlijstingen en traceringen, Ledische kalkzandsteen voor het gotische koor en bakstenen toren. Afdekkende leien zadel- en lessenaarsdaken en hoge ingesnoerde achtzijdige naaldspits boven de toren. Westgevel met hoge puntgevel op schouderstukken en bekronend kruis, gestut door zware versneden hoeksteunberen. Centrale korfboogpoort in geprofileerde omlijsting onder waterlijst. Flankerende smalle spitsboogvenstertjes met drielobtracering. Omlopende waterlijst en hoog spitboogvormig bovenlicht met drieledige neogotische tracering. Erboven smal venstertje en uurwerk. Rechts, aanleunende ronde traptoren met deur aan de zuidzijde, onder leien kegeldak. Terugwijkende zijbeuken met spitsboogvenster en aflijnende versneden steunberen. Noord- en zuidgevel geritmeerd door steunberen en spitsboogvensters met tweeledige neogotische tracering; ronde oculi met tracering als bovenlichten. Transeptarmen gestut door steunberen en afgewerkt door puntgevels op schouderstukken. Gelijkaardig drieledig spitsboogvenster onder omlopende waterlijst. Smal venstertje in de top en oculi in de zijgevels van het transept. Oude kruisingstoren op vierkante basis met achthoekige klokkenkamer voorzien van licht spitsboogvormige galmgaten met geprofileerde bakstenen dagkanten. Overgang van vierkante naar achtzijdige geleding door middel van afgeschuinde driehoeken bekleed met natuursteen. Tegen de oude kruisingtoren aangebouwde nieuwe zijkoren onder afzonderlijke zadeldaken en afgewerkt met een puntgevel. Tegen het zuidelijke zijkoor aangebouwde sacristie op kelder met getraliede vensters. Zware steunberen op de hoeken. Voorzien van een getralied drielicht en twee vensters in de oostgevel. Toegangsdeur op de verhoogde begane grond tussen sacristie en koor, met lateiconsooltjes en bolkozijnen bovenlicht. Tegen het noordelijke zijkoor aangebouwde vroegere tribune voor de kasteelheren. Hoogkoor gestut door zware versneden steunberen en doorbroken door vijf hoge spitsboogvensters met tweeledige gotische tracering. Omlopende waterlijst en steigergaten gedicht met roostertjes onder de hanggoot. Gepleisterd en thans witgeschilderd interieur. Brede middenbeuk en smalle zijbeuken gescheiden door spitsboogarcaden op gedrongen natuurstenen zuilen met lijstkapiteel op achthoekige sokkel. Overwelving met kruisribgewelven rustend op consooltjes. Gewelfvlakken van gele baksteen afgelijnd door gesinterde bakstenen en ribben van natuursteen, rond de sleutel verrijkt met een polychrome beschildering. Gelijkaardig gewelf met O-klokkengat in de oude toren. Koor met gepleisterd en witgeschilderd straalgewelf met dezelfde polychromie rond de sleutel. Spitsboogvensters met drie figuratieve glas-in-loodramen van J. Casier, geplaatst in 1911. Mobilair: Beeldhouwwerk: Vier beelden op barokke sokkels met opschrift: Heilige Antonius abt met varken, 17de eeuw, moderne polychromie, hout; Heilige Godelieve, 17de of 18de eeuw, moderne polychromie, hout; Heilige Petrus, 17de eeuw(?), moderne polychromie, steen(?); Heilige Anna en Maria, 17de eeuw(?), moderne polychromie, steen. Neogotische gepolychromeerde gipsen beelden van het Heilig Hart van Jezus, Heilig Hart van Maria, Onze-Lieve-Vrouw Onbevlekt Ontvangen, Heilige Theresia, Heilige Rita, Heilige Jozef met Kindje Jezus, Heilige Franciscus Xaverius, Heilige Antonius van Padua. Hoofdaltaar met retabel door A. De Beule (Gent) van 1912, (kopie van het aanvankelijke altaar van 1910 vernield door brand op wereldtentoonstelling van Brussel in 1910); scènes uit het leven van Heilige Petrus: De Wonderbare visvangst, Jezus overhandigt Heilige Petrus de sleutels, een engel bevrijdt Petrus uit de gevangenis en de Kruisiging van Heilige Petrus; tabernakel met symbolen van de evangelisten, neogotisch, vergulde eik met koperen ciborium door L. Geeraert, stenen altaartafel; noordelijk zijaltaar toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw, neogotisch retabel met beeld door E. Van den Eynde, eik, gepolychromeerd, stenen altaartafel, 1909; zuidelijk zijaltaar toegewijd aan Heilige Antonius Abt, neogotisch retabel met beeld van Antonius met varken door E. Van den Eynde, eik, gepolychromeerd, altaartafel in wit natuursteen, 1909; huidig altaar met hergebruikte balustrade van de tribune van de familie Visart de Bocarmé, ontworpen door architect J. Goethals in 1907 en uitgevoerd door L. Pérau in 1909. Koorbanken, neogotisch, eik, 1911 door E. Van den Eynde (Gent). Communiebank, gesmeed ijzer en koper, 1908, ontwerp van E. Van den Eynde (Gent) uitgevoerd door Ed. De Vooght (Brugge). Preekstoel, neogotisch, eik, 1908, door van E. Van den Eynde (Gent), panelen op kuip met voorstelling van taferelen uit het leven van Jezus. Biechtstoelen, neogotisch, eik, door van E. Van den Eynde, 1910. Orgel van 1880 door Petrus Vereecken (Gijzegem) ter vervanging van het orgel van 1832 door Fr. Loret (Dendermonde), orgelkast met opschrift: “Dono dedit/ C.L. Verbeke”, “Laudate Dominum/ in organo”, “anno”, “1880”. Doopvont, gemarmerde houten voet en koperen deksel, voorheen in noordwesthoek, afgesloten door een fraai ijzeren hekwerk. Kruisweg, neogotisch, gepolychromeerd plaaster in hoogreliëf, van 1909 door A. De Beule.

DE BEULE ALOIS

  • BRONNEN:

Jan De Maeyer (red.), "De Sint-Lucasscholen en de neogotiek, 1862-1914." (KADOC-studies, nr. 5), p. 340.

  • FAMILIELEDEN:

Broer: Emile De Beule, beeldhouwer.

  • OPLEIDING/DIPLOMA:

Studies Gentse Academie en Sint-Lucasinstituut te Gent;

1888: grote prijs beeldhouwkunst Sint-Lucasinstituut te Gent;

Verdere opleiding in verscheidene ateliers, o.a. bij Mathias Zens en Petrus Pauwels-D'Hondt.

  • LOOPBAAN:

Schoenmaker atelier van vader;

1889-: sticht een zelfstandig atelier, samen met broer Emile De Beule,te Gent, dat zich aanvankelijk geheel toelegde op religieuze kunst in de ambachtelijke traditie van de Sint-Lucasschool;

Leraar Sint-Lucas te Gent.

  • WERK:

  • werkt als uitvoerend kunstenaar in opdrracht van architecten als J.B. Bethune (Maredsous, Sint-Maartenskerk in Kortrijk), August Van Assche, Stefan Mortier, Valentijn Vaerwijck (restauratie belfort Gent), Jules Coomans (portalen Sint-Maartenskerk in Ieper) en Jean De Smet.

  • was vooral gespecialiseerd in kruiswegen en grafmonumenten

  • werkt tot omstreeks de eeuwwisseling voornamelijk in de neogotische stijl, maar is mede door zijn academische opleiding ook altijd studies naar de natuur blijven maken

  • deze tendens naar realisme is reeds te zien in een aantal Boernkrijgmonumenten van omstreeks 1898, maar breekt definitief door na de eerste wereldoorlog, vooral in het profane werk, vooral vele oorlogsmonumenten.

  • de produktie van neogotische beelden blijft wel doorgaan in een religieuze context of bij de restauratie van middeleeuwse gebouwen.

  • Sint-Hubertusaltaar (1889) en Sint-Maurus- en Placidusaltaar (1893) in abdij van Maredsous en koorafsluiting Sint-Maartenskerk te Kortrijk (1893-1897) (naar ontwerp Bethune).

Kruiswegen o.m. Sint-Jacobskerk te Gent (1889), Liverpool, Ramsgate.

Talrijke piëta's en Heilige-Hartbeelden;

Preekstoel Sint-Jacobskerk te Liège (ca. 1900).

Beeld Sint-Goedele (1912) Sint-Michielskathedraal te Brussel.

Sculpurale decoratie Gentse postgebouw en Schippershuis ; torenwachters voor het gerestaureerde belfort van Gent.

Praalgraf Constance Teichmann te Antwerpen (1907) en portalen Sint-Maartenskerk te Ieper (ism Jules Coomans).

Sint-Augustinusbeeld Engels Kloster te Brugge (ca. 1907).

Sculpturen 'Dame met het koffertje' en 'ingetogenheid' (bewaard in Museum van Gent).

Boerenkrijgmonumenten te Mol en Overmere.

Vier Heemskinderen voor het Ros Beyaert te Gent (1913): zijn meest bekende werk.

Oorlogsmonumenten o.m. te Tournai, Ruisbroek, Ruiselede, Bassevelde, Gavere.

Monument Poirters te Oosterwyck (NL).

  • VARIA:

Leerlingen in zijn atelier: Oscar Sinia, Geo Verbanck, Leo Sarteel, Jules Vits en Modest Van Hecke;

Gildebroeder Gilde van Sint-Lucas en Sint-Jozef.

  • BIBLIOGRAFIE:

"Jubelfeest van den XXVsten verjaardag der Sint-Lucasschool, te Gent. Tentoonstelling. Naamlijst der kunstwerken in het Paleis der Gentsche Universiteit tentoongesteld, van 23 augustus tot 20 september 1891.", Brugge, 1891, p. 17, 34, 35.

"Tentoonstelling van werken der oud-leerlingen van Sint-Lucasschool, Gent, ingericht door de Gilde van Sint-Lucas en Sint-Jozef", Gent, 1907, p. 20-22.

"Gent duizend jaar kunst en cultuur", Gent, 1975, p. 528-529.

"Bulletin des Métiers d'Art / Sint-Lucas", 1901-1902, p. 313-314; 1907-1908, p. 93-95 ; 1913-1914, p. 352-355.

"Jaarboek van het Gilde van Sint-Lucas en Sint-Jozef", 1934-1935, p. 105-107.

Ghys A.L., "Coup d'oeil sur la vie et l'oeuvre d'Aloïs De Beule", in "Les cahiers de la Byloke", 1957, p. 278-286.

Penne F., "De Zeelse beeldhouwer Aloïs De Beule." Zele, 1973.

Capiteyn A. en Decavele J., "In steen en brons van leven en dood.", Gent, 1981, p. 257.

Ignace DE WILDE, "Aloïs De Beule, tussen neogotiek en realisme", in "Neogotiek in België" (tentoonstellingscat.), Gent, 1994p.157-159.

Sint-Annakapel (ID: 84726) Sint-Annaplein Berlare Omgeven door een pad en platanen en ingeplant binnen een ruim begraasd perk midden op het plein. Voor de ingang bevindt zich een bankje met op de zitting een opschrift in reliëf: “H. Moeder Anna bvo”. De Sint-Annakapel werd gebouwd in 1910 ter vervanging van de oudere Vennekapel, opgetekend in “Ommelooper en Terrier ofte Land en Caerteboek der Prochie van Berlaere” van 1773-1786 en aangegeven op de Ferrariskaart (1771-1778). Volgens lokale overlevering zou de kapel in oorsprong minstens tot de 16de eeuw opklimmen. De Vennekapel of vroegere Sint-Annakapel bevond zich meer zuidwaarts op de hoek van de toenmalige dreef ter hoogte van de Alfons De Grauwelaan. De bouw van de huidige kapel iets verderop gebeurde gelijktijdig met de uitbreiding en vernieuwing van de parochiekerk van Berlare volgens de plannen van architect Henri Valcke uit Ledeberg. Of architect Valcke ook het ontwerp maakte voor de Sint-Annakapel is niet bekend. Bij de bouw van de Sint-Annakapel zou onder meer recuperatiemateriaal van de oude kerk gebruikt zijn. Wegkapel in neogotische stijl met driezijdige koorsluiting onder een zadeldak (kunstleien). Opgetrokken van baksteen in combinatie met blauwe hardsteen voor deur- en vensterdorpels, hoekstenen en kraagstenen. De voorpuntgevel op schouderstukken, gedateerd 1910 in een arduinen steen boven de deur, is bekroond door een sierlijk smeedijzeren kruis. De geveltop wordt geaccentueerd door een opklimmende bogenfries rustend op arduinen kraagsteentjes. De spitsboogdeur wordt voorafgegaan door een hardstenen trede. De huidige houten toegangsdeur in afzelia vervangt de aanvankelijke neogotische ijzeren kapeldeur, afkomstig van de grafkapel van de familie de Lichtervelde. Deze grafkapel van 1859 op het oude kerkhof ten zuiden van de kerk werd gesloopt naar aanleiding van de uitbreiding van de kerk. Voorheen was de Sint-Annakapel omheind door laag ijzeren hekwerk eveneens afkomstig van voornoemde grafkapel (verwijderd sinds 1970). De zijgevels van de Sint-Annakapel worden geritmeerd door een spitsboogarcade met smalle spitsboogvenstertjes op arduinen dorpels. Blinde koorafsluiting met steunberen. Het interieur van de kapel is bepleisterd en wit geschilderd, overwelfd door een tongewelf. Veelkleurige tapijttegelvloer in neogotische stijl met gestileerde florale motieven in blauw, wit en beige. Altaar met gepolychromeerd eikenhouten beeld van Sint-Anna-ten-Drieën, vermoedelijk uit de eerste helft van de 16de eeuw, hersteld door het atelier Bressers (Gent) in 1931. Altaar bedekt met een rode fluwelen doek, banderol met het opschrift “Heilige moeder Anna bescherm en help ons”. Twee plaasteren beeldconsoles met engelen, waarop een plaasteren buste van Onze-Lieve-Vrouw met Kind en een gepolychromeerd beeld van de Heilige Catharina. Voorts een gepolychromeerd plaasteren beeld van het Heilig Hart van Jezus en Kindje Jezus van Praag van biscuit.

Beschermd als monument bij besluit van de secretaris-generaal van 13.10.1943. Dorpskerk omgeven door zijn ovaal deels omhaagd kerkhof. Ingeplant aan de oostelijke straatzijde achter een heraangelegd pleintje met leilinden links en rechts van de kerkhoftoegang en parallel aan de kerkhofmuur. Over de vroegste geschiedenis is zeer weinig gekend. Oorspronkelijk vormden Uitbergen en Overmere één parochie met Uitbergen als moederkerk. De toewijzing aan Sint-Pieter wijst op een oude oorsprong. Het patronaat over de kerk behoorde sinds 1177 toe aan de Gentse Sint-Baafsabdij, nadien aan de bisschop van Gent. Uit een visitatieverslag van bisschop Van Eersel van 1762 blijkt dat de kerk in slechte staat was en de bisschop ging akkoord met de vernieuwing. In 1778 wijding van het nieuwe schip in Lodewijk XVI-stijl. Prentbriefkaarten van circa 1900 tonen deze kerk met toren, koor en één brede beuk van vijf traveeën voorzien van getoogde vensters en een Lodewijk XVI-portaal in de westgevel. In 1899 begon pastoor Van de Maele samen met de familie Visart de Bocarmé, kasteelheer en burgemeester van Uitbergen, te ijveren voor een grotere kerk. In 1904 werd toegestaan de te kleine beuk af te breken en door een grotere te vervangen. Verplicht behoud en restauratie van de oude kruisingstoren en het gotische koor die door de Koninklijke Commissie als monument van de derde klasse erkend werden in 1905. Plan en bestek opgemaakt door architect Julius Goethals (Aalst) in 1904. De familie Visart de Bocarmé werden erkend als weldoener; daardoor werd toegestaan een eretribune voor hen op te richten. Aanbesteding op 5 maart 1906 aan aannemer Lodewijk Pérau (Ledeberg) gevolgd door aanvang van de werken op 22 juli 2006. Voorlopige inzegening van de kerk op 10 november 1907. Vanaf 1908 plaatsing van nieuw meubilair. Opgeleverd op 02.03.1909. Herstellingswerken na oorlogsschade uitgevoerd onder leiding van architect P. Bourgeois (Gent) in 1951. Volledig herschilderd in 1971 waardoor het grootste deel van de neogotische polychromie verdween. Restauratiewerken aan het dak onder leiding van ingenieur-architect H. Van Sande in 1994 en buitenrestauratie onder leiding van architect Ph. Pauwels (Kortrijk) vanaf 2003. Huidige deels neogotische en gotische kerk met behouden vierkante Romaanse torenbasis vermoedelijk opklimmend tot de 11de-12de eeuw en een achthoekige klokkenkamer uit de 13de of begin 14de eeuw. Het koor, opgetrokken uit grote blokken Ledische kalkzandsteen dateert men 14de-15de eeuw. Neogotisch schip, transept, sacristie en berging van 1904-1908. De plattegrond ontvouwt een driebeukig schip van vier traveeën met uitspringend portaal, rechts geflankeerd door een ronde traptoren. Recht afgesloten transeptarmen van twee traveeën, koor van één travee voorafgegaan door vroegere kruising met toren op vierkante basis, en met vijfzijdige koorsluiting; recht afgesloten zijkoren van één travee. Een sacristie en de vroegere eretribune van de kasteelheren flankeren het koor. Opgetrokken uit gele baksteen (Zandvoorde) met verwerking van zandsteen voor plint, dekstenen, waterlijsten, vensteromlijstingen en traceringen, Ledische kalkzandsteen voor het gotische koor en bakstenen toren. Afdekkende leien zadel- en lessenaarsdaken en hoge ingesnoerde achtzijdige naaldspits boven de toren. Westgevel met hoge puntgevel op schouderstukken en bekronend kruis, gestut door zware versneden hoeksteunberen. Centrale korfboogpoort in geprofileerde omlijsting onder waterlijst. Flankerende smalle spitsboogvenstertjes met drielobtracering. Omlopende waterlijst en hoog spitboogvormig bovenlicht met drieledige neogotische tracering. Erboven smal venstertje en uurwerk. Rechts, aanleunende ronde traptoren met deur aan de zuidzijde, onder leien kegeldak. Terugwijkende zijbeuken met spitsboogvenster en aflijnende versneden steunberen. Noord- en zuidgevel geritmeerd door steunberen en spitsboogvensters met tweeledige neogotische tracering; ronde oculi met tracering als bovenlichten. Transeptarmen gestut door steunberen en afgewerkt door puntgevels op schouderstukken. Gelijkaardig drieledig spitsboogvenster onder omlopende waterlijst. Smal venstertje in de top en oculi in de zijgevels van het transept. Oude kruisingstoren op vierkante basis met achthoekige klokkenkamer voorzien van licht spitsboogvormige galmgaten met geprofileerde bakstenen dagkanten. Overgang van vierkante naar achtzijdige geleding door middel van afgeschuinde driehoeken bekleed met natuursteen. Tegen de oude kruisingtoren aangebouwde nieuwe zijkoren onder afzonderlijke zadeldaken en afgewerkt met een puntgevel. Tegen het zuidelijke zijkoor aangebouwde sacristie op kelder met getraliede vensters. Zware steunberen op de hoeken. Voorzien van een getralied drielicht en twee vensters in de oostgevel. Toegangsdeur op de verhoogde begane grond tussen sacristie en koor, met lateiconsooltjes en bolkozijnen bovenlicht. Tegen het noordelijke zijkoor aangebouwde vroegere tribune voor de kasteelheren. Hoogkoor gestut door zware versneden steunberen en doorbroken door vijf hoge spitsboogvensters met tweeledige gotische tracering. Omlopende waterlijst en steigergaten gedicht met roostertjes onder de hanggoot. Gepleisterd en thans witgeschilderd interieur. Brede middenbeuk en smalle zijbeuken gescheiden door spitsboogarcaden op gedrongen natuurstenen zuilen met lijstkapiteel op achthoekige sokkel. Overwelving met kruisribgewelven rustend op consooltjes. Gewelfvlakken van gele baksteen afgelijnd door gesinterde bakstenen en ribben van natuursteen, rond de sleutel verrijkt met een polychrome beschildering. Gelijkaardig gewelf met O-klokkengat in de oude toren. Koor met gepleisterd en witgeschilderd straalgewelf met dezelfde polychromie rond de sleutel. Spitsboogvensters met drie figuratieve glas-in-loodramen van J. Casier, geplaatst in 1911. Mobilair: Beeldhouwwerk: Vier beelden op barokke sokkels met opschrift: Heilige Antonius abt met varken, 17de eeuw, moderne polychromie, hout; Heilige Godelieve, 17de of 18de eeuw, moderne polychromie, hout; Heilige Petrus, 17de eeuw(?), moderne polychromie, steen(?); Heilige Anna en Maria, 17de eeuw(?), moderne polychromie, steen. Neogotische gepolychromeerde gipsen beelden van het Heilig Hart van Jezus, Heilig Hart van Maria, Onze-Lieve-Vrouw Onbevlekt Ontvangen, Heilige Theresia, Heilige Rita, Heilige Jozef met Kindje Jezus, Heilige Franciscus Xaverius, Heilige Antonius van Padua. Hoofdaltaar met retabel door A. De Beule (Gent) van 1912, (kopie van het aanvankelijke altaar van 1910 vernield door brand op wereldtentoonstelling van Brussel in 1910); scènes uit het leven van Heilige Petrus: De Wonderbare visvangst, Jezus overhandigt Heilige Petrus de sleutels, een engel bevrijdt Petrus uit de gevangenis en de Kruisiging van Heilige Petrus; tabernakel met symbolen van de evangelisten, neogotisch, vergulde eik met koperen ciborium door L. Geeraert, stenen altaartafel; noordelijk zijaltaar toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw, neogotisch retabel met beeld door E. Van den Eynde, eik, gepolychromeerd, stenen altaartafel, 1909; zuidelijk zijaltaar toegewijd aan Heilige Antonius Abt, neogotisch retabel met beeld van Antonius met varken door E. Van den Eynde, eik, gepolychromeerd, altaartafel in wit natuursteen, 1909; huidig altaar met hergebruikte balustrade van de tribune van de familie Visart de Bocarmé, ontworpen door architect J. Goethals in 1907 en uitgevoerd door L. Pérau in 1909. Koorbanken, neogotisch, eik, 1911 door E. Van den Eynde (Gent). Communiebank, gesmeed ijzer en koper, 1908, ontwerp van E. Van den Eynde (Gent) uitgevoerd door Ed. De Vooght (Brugge). Preekstoel, neogotisch, eik, 1908, door van E. Van den Eynde (Gent), panelen op kuip met voorstelling van taferelen uit het leven van Jezus. Biechtstoelen, neogotisch, eik, door van E. Van den Eynde, 1910. Orgel van 1880 door Petrus Vereecken (Gijzegem) ter vervanging van het orgel van 1832 door Fr. Loret (Dendermonde), orgelkast met opschrift: “Dono dedit/ C.L. Verbeke”, “Laudate Dominum/ in organo”, “anno”, “1880”. Doopvont, gemarmerde houten voet en koperen deksel, voorheen in noordwesthoek, afgesloten door een fraai ijzeren hekwerk. Kruisweg, neogotisch, gepolychromeerd plaaster in hoogreliëf, van 1909 door A. De Beule.

Muziekkiosk Oostende Wapenplein Muziekkiosk Adres: Wapenplein

Aannemer Léon Pannier bouwde deze kiosk in 1895 naar de plannen van stadsarchitect Theobald Van Hille (1856 – 1937). Onderaan wordt de kiosk gedragen door steen, rustiek uitgewerkt met bossages (reliëf) op de acht zijden. Daarboven staan ranke, dubbel gerijde gietijzeren zuilen en balustrades in smeedijzer – nog afkomstig van de kiosk van het tweede Kursaal. De houten koepel met zinkbedekking is getooid met een lantaarn. Het dak is afgezoomd met frontons. De vier lieren dragen de naam van een componist : Grétry (Belg), Wagner (Duitser), Rossini (Italiaan) en Gounod (Fransman). Het eerste concert vond plaats op zondag 2 juni 1895 en sindsdien lieten heel wat orkesten en harmonieën hun muziek schallen over het Wapenplein.

Gerechtshof (Justitiepaleis)

Justitiepaleis Het gerechtshof, gelegen aan het Justitieplein in het hartje van Dendermonde, vormt met zijn streng karakter een monumentale en dominante factor binnen het stadsbeeld. Wanneer we langs diverse toegangswegen Dendermonde binnenrijden, prijkt dit monument reeds vanop een afstand torenhoog boven de stad uit.

De rechtbank van eerste aanleg vond in 1811 een onderkomen op de historische plaats, waar tot in de tweede helft van de 16e eeuw de oude burcht van de heren van Dendermonde stond. In 1664 werden de overblijvende puinen en gronden toegewezen aan het nieuwe klooster van de paters Karmelieten-Discalsen. Na de afschaffing van deze orde in 1797 werd de kerk gebruikt als de "Tempel van de Rede".

De geschiedenis van de rechtspraak te Dendermonde gaat vele eeuwen terug en werd - namens de vorst - uitgeoefend door zijn plaatsvervanger de hoogbaljuw, samen met de schepenen en de leenmannen. Oorspronkelijk was de rechtspraak vermoedelijk gebaseerd op het gemeen Vlaams stadsrecht, dat door Filips van den Elzas (1157-1191) aan de meeste Vlaamse steden werd opgelegd. Via de keure van 1233 kregen de Dendermondse stadsschepenen het recht dit gemeenterecht te wijzigen. Het ongeschreven gewoonterecht werd pas in 1543 voor het eerst opgetekend en in 1629 voor het eerst gepubliceerd. De bevoegdheid van de stadsschepenbank was beperkt tot de stad en de vrijheid van Dendermonde. De schepenen waren bevoegd in burgelijke geschillen en strafzaken. Dagelijks hielden ze als rechtbank en bestuursinstelling zitting in het schepenhuis. Voor criminele zaken dienden ze hun bevoegdheid te delen met het Leenhof van Dendermonde. Dit was samengesteld uit Leenmannen, waarvan de bevoegdheid vooral van leenrechterlijke aard was en dit zowel in het Land van Dendermonde als in vele andere kasselrijen. De "costumen" van dit Leenhof werden in 1628 gepubliceerd. Daarnaast werd er nog recht gesproken in de Raad van Vlaanderen, in 1386 opgericht door Filips de Stoute en van 1447 tot 1451 en van 1489 tot 1492 zelfs gevestigd in Dendermonde. De Raad was bevoegd in eerste aanleg, als hoofdrechtbank en als beroepshof.

De directe voorloper van de huidige rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde was die welke bij edict van Jozef II op 20 april 1787 werd opgericht en op 1 mei van hetzelfde jaar haar werkzaamheden kon aanvatten. Deze hervorming was echter zodanig "revolutionair", dat de regering - na hevige protesten - reeds op 14 mei 1787 besloot de rechterlijke organisatie op te schorten. Van uitstel kwam afstel en alles bleef verder bij het oude, totdat Napoleon bij wet van 18 maart 1800 opnieuw een rechtbank van eerste aanleg oprichtte te Dendermonde. Deze rechtbank vond een onderkomen in "Tempel van de Rede", de vroegere Discalsenkerk, die in 1822 in neoklassieke zin werd verbouwd naar een ontwerp van architect Johannes Beeckman. In de tachtiger jaren volgde een tweede verbouwing, ditmaal in neogotische stijl.

Door brand verwoest in oktober 1914, werden de ruïnes nog tijdens de oorlog afgebroken en tussen 1923 en 1927 vervangen door het huidige imponerende "Justitiepaleis in nieuwe Vlaamse stijl", ontworpen door de provinciale architect Valentin Vaerwyck. Oscar Sinia is als beeldhouwer verantwoordelijk voor de bas-reliëfs in de grote zittingzaal van het gerechtshof. Geo Verbanck is de beeldhouwer van het tafereel boven de vroegere ingang van de "kinderrechtbank" langs de kant van de oude Dender. Hij is ook beeldhouwer van de 10 bas-reliëfs aan de voorzijde van het gebouw. Twee geknielde mannen flankeren telkens een wapenschild, zodat de tien gerechtelijke kantons van het arrondissement Dendermonde vertegenwoordigd zijn.

De vloeren van de ingang, de wandelzaal en de gangen werden voorzien van gepolijst marmer. Een combinatie van verschillende marmersoorten schikte Vaerwyck volgens een geometrisch patroon. Op de voorgevel bemerken we de wapenschilden van de verschillende kantonhoofdplaatsen

Op de vijftig meter hoge toren werd een kiosk gebouwd, rondom versierd met koperen kolommen, waarop vergulde uilen, symbool der wijsheid. Op de spits troont het Ros Beiaard met de vier Heemskinderen, die aldus teruggekomen zijn op de plaats waar eens de burcht van hun vader Heer Aymon stond

Beste meneer Vandersmissen Graag zouden wij deze foto gebruiken voor een referentielijst. Voor verdere afspraken en meer informatie: gelieve hiervoor contact op te nemen op volgend e-mailadres: valerie@demarketingafdeling.be Alvast bedankt. Met vriendelijke groeten Valerie

In 1983 werd een bestaande processiekapel toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw en gelegen ter hoogte van nr. 20 B gesloopt. De nieuwe kapel Onze-Lieve-Vrouw-ten-Hemel-opgenomen, verderop in de straat gelegen naast nr. 46, dateert pas van 1984 (cf. opschrift gevelsteen). Deze neogotische processiekapel werd door de buurtbewoners gebouwd naar model van de kleine kapellen van de ommegang van de Zeven Weeën van Onze-Lieve-Vrouw te Lede.

Kasteel en park (Dorp, Berlare) Het domein behoorde historisch aan de heer van Berlare. Het werd in het begin van de 18de eeuw heropgebouwd door de familie van der Meersche, nadat het vorige gebouw door troepen van Lodewijk XIV werd verwoest. Sinds 1974 zijn zowel het kasteel en zijn bijgebouwen, als het park volledig geklasseerd. Het domein behoorde historisch aan de heer van Berlare. Het werd in het begin van de 18de eeuw heropgebouwd door de familie van der Meersche, nadat het vorige gebouw door troepen van Lodewijk XIV werd verwoest. Sinds 1974 zijn zowel het kasteel en zijn bijgebouwen, als het park volledig geklasseerd. Het domein behoorde historisch aan de heer van Berlare. Het werd in het begin van de 18de eeuw heropgebouwd door de familie van der Meersche, nadat het vorige gebouw door troepen van Lodewijk XIV werd verwoest. Sinds 1974 zijn zowel het kasteel en zijn bijgebouwen, als het park volledig geklasseerd. Het domein behoorde historisch aan de heer van Berlare. Het werd in het begin van de 18de eeuw heropgebouwd door de familie van der Meersche, nadat het vorige gebouw door troepen van Lodewijk XIV werd verwoest. Sinds 1974 zijn zowel het kasteel en zijn bijgebouwen, als het park volledig geklasseerd. Het domein behoorde historisch aan de heer van Berlare. Het werd in het begin van de 18de eeuw heropgebouwd door de familie van der Meersche, nadat het vorige gebouw door troepen van Lodewijk XIV werd verwoest. Sinds 1974 zijn zowel het kasteel en zijn bijgebouwen, als het park volledig geklasseerd. Het domein behoorde historisch aan de heer van Berlare. Het werd in het begin van de 18de eeuw heropgebouwd door de familie van der Meersche, nadat het vorige gebouw door troepen van Lodewijk XIV werd verwoest. Sinds 1974 zijn zowel het kasteel en zijn bijgebouwen, als het park volledig geklasseerd. Het domein behoorde historisch aan de heer van Berlare. Het werd in het begin van de 18de eeuw heropgebouwd door de familie van der Meersche, nadat het vorige gebouw door troepen van Lodewijk XIV werd verwoest. Sinds 1974 zijn zowel het kasteel en zijn bijgebouwen, als het park volledig geklasseerd. Het domein behoorde historisch aan de heer van Berlare. Het werd in het begin van de 18de eeuw heropgebouwd door de familie van der Meersche, nadat het vorige gebouw door troepen van Lodewijk XIV werd verwoest. Sinds 1974 zijn zowel het kasteel en zijn bijgebouwen, als het park volledig geklasseerd. Het domein behoorde historisch aan de heer van Berlare. Het werd in het begin van de 18de eeuw heropgebouwd door de familie van der Meersche, nadat het vorige gebouw door troepen van Lodewijk XIV werd verwoest. Sinds 1974 zijn zowel het kasteel en zijn bijgebouwen, als het park volledig geklasseerd. Het domein behoorde historisch aan de heer van Berlare. Het werd in het begin van de 18de eeuw heropgebouwd door de familie van der Meersche, nadat het vorige gebouw door troepen van Lodewijk XIV werd verwoest. Sinds 1974 zijn zowel het kasteel en zijn bijgebouwen, als het park volledig geklasseerd. Het domein behoorde historisch aan de heer van Berlare. Het werd in het begin van de 18de eeuw heropgebouwd door de familie van der Meersche, nadat het vorige gebouw door troepen van Lodewijk XIV werd verwoest. Sinds 1974 zijn zowel het kasteel en zijn bijgebouwen, als het park volledig geklasseerd.

Tags

Friends

  • loading Loading…

 

Marc Vandersmissen's groups