Panoramio is closing. Learn how to back up your data.
B_Toxic
4
photos
0
on Google Maps
567
views

B_Toxic's conversations

De spoorlijn Gent-De Pinte-Oudenaarde-Ronse-St-Ghislain (1861) werd aangelegd door de 'Compagnie du Chemin de fer Hainaut et Flandres'. Een tweede lijn tussen 's Gravenbrakel en Kortrijk werd in 1869 in gebruik genomen. Het daaropvolgende decennium werd dit spoorwegnet nog uitgebreid. Dit gebeurde op het ogenblik dat de textielnijverheid in Ronse begon te groeien, zodat er een toenemende aanvoer nodig was van steenkool, cement, blauwe steen en textielgrondstoffen.

Het station en de spoorwegverbinding werden op een zekere afstand van de oude stadskern, zo goed als in open veld aangelegd. Het station werd al snel te klein bevonden en uiteindelijk vervangen. Het 'nieuwe' gebouw was het eveneens te klein geworden station op het Zand in Brugge, ontworpen door de Brusselse architect Payen in 1841 - 1848, dat naar Ronse overgebracht werd. De inhuldiging vond plaats in 1881.

Dit station, in 1989 en in 2001 gerenoveerd, is het oudste station van het Europese vasteland. De horizontaal geaccentueerde en strakke neoclassicistische gevel is bepleisterd en versierd met hardstenen elementen. Het verhaal doet de ronde dat het gebouw achterstevoor heropgetrokken werd; dit lijkt echter onwaarschijnlijk.

Het harmonieuze neogotische kerkgebouw, waarvan de bouw in 1892 aanving, werd in 1896 voltooid, en was samen met het station het boegbeeld van de zuidelijke uitbreiding van de stadskern op het einde van de 19de eeuw. Zij verving de oude, vervallen en veel te kleine Sint-Martinuskerk die zich in het oude centrum bevindt. De drassige bodem veroorzaakte een aanzienlijke vertraging van de werken. De plannen werden getekend door architect Modeste De Noyette, die zich baseerde op de vroeggotiek, aangevuld met elementen van de scheldegotiek. Het grondplan is gebaseerd op een kruisbasiliek, met een asymmetrisch geplaatste westertoren. De nieuwe kerk werd vooral in rode baksteen uitgevoerd. Zij werd plechtig ingewijd op 10 juni 1896. Ook het meubilair is van de hand van De Noyette. De glasramen behoren tot de mooiste in hun soort en werden tussen 1914 en 1928 gerealiseerd door G. Ladon en C. Ganton-Defoin.

De bouwperiode van het oorspronkelijke stadhuis is niet bekend. Men veronderstelt dat het tenminste vierhonderd jaar op de huidige plaats gestaan heeft. Het eerste gebouw was een nagotische constructie in de zogenaamde Traditionele Stijl, die waarschijnlijk in de XVIIde eeuw werd opgericht. Toen in 1719 een hevige brand woedde werd het schepenhuis gespaard. Tussen 1808 en 1810 werden verschillende moderniseringswerken in neoklassieke stijl uitgevoerd. Onder andere het aanbrengen van 3 smalle rondboogtraveeën die als portaal dienst deden in het midden van de voorgevel. Tot in 1949 bleen de vermoedelijke XVIIde eeuwse constructie en vroege XIXde eeuwse verbouwde versie bestaan. Na het slopen werd een volledig nieuw complex opgericht (1953). De architect was Frank Blockx uit Wilrijk. Bepaalde elementen zoals de rondboogtraveeën (nu uitgebreid tot 5) werden overgenomen van het oude stadhuis. De langwerpige rijbouw is samengesteld uit 3 partijen waarvan de middenste ongeveer overeenkomt met het vroegere schepenhuis. Op de middenpartij sluit achteraan een grote dwarsvleugel, waar de administratieve diensten zich bevinden, aan. In het dakfront vinden we op de middentravee een hardsteenblok waarin een uurwerk prijkt. Op de daknok werd een grote houten dakruiter geplaatst. Deze wordt bekroond door een achthoekige naaldtoren die in een gekroonde tweekoppige arend eindigt. Wat het interieur betreft, kunnen we stellen dat de stijl grotendeels overeenkomt met het uitwendige voorkomen. De zalen zijn op een sobere wijze in gestilleerde klassieke zin behandeld en hebben een statig uitzicht.

Aan de Oude Vesten, op loopafstand van de Grote Markt, tref je de 'Zottenmuur' aan, een gevel waarop allerlei kleurrijke 'bommels' zijn aangebracht (ontworpen door Jacques Vanderwattyne, folk-art-kunstenaar °1932). Daar staat op een sokkel het borstbeeld van beiaardiertoondichter Ephrem Delmotte, de stichterbezieler van de Bommelsfeesten. Je kan er enkele van zijn composities horen.

De zaterdagmorgen van de zottemaandagfeesten brengt het koningspaar een bezoek aan de Zottenmuur waar zij hun naamplaatje aanbrengen. Na een hulde aan het bommelbeeld op het Churchilplein, begeeft het paar zich naar de Grote Markt, waar het van de burgemeester de sleutels van de stad overhandigd krijgt.

Friends

  • loading Loading…

 

B_Toxic's groups